Kinderpraktijk Budel

Psychomotorisch Kindercoach

Op deze agina:
- leren doe je met je ogen
-eerst bewegen dan leren

- ruimtelijk zicht en inzicht

- concentratie 


Leren doe je met je ogen.

Heel veel informatie bereikt ons via de ogen. Om te lezen en te rekenen is het belangrijk dat de letters en cijfers goed worden gelezen. Dit kan alleen als de ogen goed samenwerken. Wanneer je ergens naar kijkt moeten de ogen allebei hetzelfde zien om er 1 beeld van te maken. Bij jonge kinderen komt het heel vaak voor dat de beide ogen op een verschillende manier focussen. Zij fixeren ( kijken ) disparaat ( gescheiden), vandaar dat dit verschijnsel bekend is als Fixatie Disperatie. Dit betekent dat de hersenen er geen eenduidig beeld van kunnen maken en daardoor ziet het kind de letters 'dansen', ze bewegen door elkaar of ze zien alleen maar gedeeltes van een woord of som. De ogen en de hersenen moeten zich heel erg inspannen, met hoofdpijn en vermoeidheid tot gevolg.

 Met behulp van de Bioptor, een apparaat waarmee de oogsamenwerking gemeten kan worden wordt duidelijk of het kind de woorden wel goed ziet.

Door middel van speciale testjes kan ook worden vastgesteld of de ogen wel rustig volgen. Bij sommige kinderen zijn de ogen erg springerig en dat is niet handig bij het lezen, omdat de ogen dan per regel kunnen verspringen. Deze kinderen vertonen vaak bewegingsonrust, zijn erg moe aan het einde van een schooldag en kunnen klagen over hoofdpijn of pijnlijke ogen.
Wordt gesignaleerd dat de ogen onrustig zijn en/of niet goed samenwerken dan is het met behulp van een oefenprogramma goed op te lossen. De hoofdpijn verdwijnt, de vermoeidheid is weg , het zicht wordt rustiger en het kind gaat weer lezen!

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat een kind met Fixatie Disperatie bij een dyslexie onderzoek als dyslectisch wordt bestempeld.

Beweeglijke en slecht focussende ogen kunnen ook de oorzaak zijn van concentratieproblemen en bewegingsonrust.

Signalen van een verstoorde samenwerking:

Algemeen:
o  vermoeidheid na een schooldag of bij de leesoefeningen thuis
o  hoofdpijn, net boven de ogen
o  prikkende of rode ogen
o  nekklachten

 Bij sporten of buitenspelen:
o  moeite met oog-handcoordinatie
o  veel stoten of ergens vanaf vallen
o  moeite om een bal te vangen of gooien
 
Op school:
o  slordig schrijven
o  moeite met lezen, woorden overslaan, verder gaan op een verkeerde regel
o  moeite met begrijpend lezen
o  op een blad zonder regels niet recht kunnen schrijven
o  hoofdpijn
o  hoofd schuin houden tijdens het lezen op het bord

Wanneer uw kind moeite heeft met lezen, rekenen of schrijven is het goed om eens langs te komen voor een screening.

Kinderpraktijk Budel is gecertificeerd Visual Screener en Trainer en aangesloten bij Functionele Optometristen Nederland.

Voor meer informatie kijkt u op www.info-fon.nl


 

Eerst bewegen, dan leren!
Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat leer- , concentratie- en motorische problemen veroorzaakt en/of versterkt kunnen worden door een belemmering in de lichamelijke en neuro-motorische ontwikkeling. Voor het leren lezen en rekenen en schrijven is het belangrijk dat beide hersenhelften goed kunnen samenwerken. Elke hersenhelft bezit namelijk bepaalde vaardigheden en regelt specifieke functies, en samenwerking is nodig voor een goed functionerend lichaam.

Met behulp van bepaalde oefeningen kan zichtbaar worden gemaakt of er een belemmering is in de samenwerking van beide hersenhelften. Huppelen, kruipen, kruislings springen en tegelijkertijd met gekruiste handen de neus en het oor aanraken zijn indicaties dat de samenwerking goed verloopt.

Kinderen die dit niet kunnen hebben vaker dan andere kinderen leerproblemen, zijn vaker motorisch onhandig, hebben een slecht handschrift en/of kunnen zich slecht concentreren.

Signalen van belemmeringen in de neuro-motorische ontwikkeling:
het kind:
o  zit op de stoel vaak op 1 of 2 benen
o  ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op tafel
o  heeft geen goede pengreep
o  schrijft onleesbaar
o  durft niet te schommelen
o  is bang voor van alles: onweer, donker, alleen zijn, storm, etc
o  durft niet van de glijbaan
o  heeft een hekel aan gymmen
o  'hangt 'in de stoel met de benen vooruit
o  schrikt van harde geluiden
o  draait het fietsstuur bij het omkijken mee
o  kan niet huppelen
o  is onhandig, valt veel of stoot zich vaak

Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat leer- , concentratie- en motorische problemen veroorzaakt en/of versterkt kunnen worden door een belemmering in de lichamelijke en neuro-motorische ontwikkeling. Voor het leren lezen en rekenen en schrijven is het belangrijk dat beide hersenhelften goed kunnen samenwerken. Elke hersenhelft bezit namelijk bepaalde vaardigheden en regelt specifieke functies, en samenwerking is nodig voor een goed functionerend lichaam.

Met behulp van bepaalde oefeningen kan zichtbaar worden gemaakt of er een belemmering is in de samenwerking van beide hersenhelften. Huppelen, kruipen, kruislings springen en tegelijkertijd met gekruiste handen de neus en het oor aanraken zijn indicaties dat de samenwerking goed verloopt.

Kinderen die dit niet kunnen hebben vaker dan andere kinderen leerproblemen, zijn vaker motorisch onhandig, hebben een slecht handschrift en/of kunnen zich slecht concentreren.

Signalen van belemmeringen in de neuro-motorische ontwikkeling:
het kind:
o  zit op de stoel vaak op 1 of 2 benen
o  ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op tafel
o  heeft geen goede pengreep
o  schrijft onleesbaar
o  durft niet te schommelen
o  is bang voor van alles: onweer, donker, alleen zijn, storm, etc
o  durft niet van de glijbaan
o  heeft een hekel aan gymmen
o  'hangt'in de stoel met de benen vooruit
o  schrikt van harde geluiden
o  draait het fietsstuur bij het omkijken mee
o  kan niet huppelen
o  is onhandig, valt veel of stoot zich vaak

Ruimtelijk Zicht en Inzicht

Kinderen die moeite hebben met rekenen en lezen hebben vaak ook problemen met het ruimtelijk inzicht.

Zij hebben moeite met de volgorde van de dagen en de maanden, weten vaak niet wat links of rechts is en het lukt maar niet om te leren klokkijken. Bij het rekenen vinden ze het moeilijk om de plaats van een getal in de telrij aan te geven en blijven ze moeite hebben met het opzeggen van de tafels.

Veelal hebben deze kinderen een beperkt Ruimtelijk Inzicht, wat veroorzaakt kan zijn door beperkt ruimtelijk zicht. Dit ruimtelijk zicht, het zogenaamde diepte-zien kan verstoord zijn doordat de ogen niet goed samenwerkten en dus geen diepte konden zien.

Deze kinderen hebben vaak last van hoogtevrees, worden duizelig en misselijk in snelle attracties en zijn snel wagenziek.

Dit zijn ook de kinderen die bij een Intelligentie test zoals de WISC III uitvallen op het performale gedeelte waardoor de bekende verbaal-performaal kloof kan ontstaan.

Ruimtelijk Inzicht is echter met speciale oefeningen en aandacht voor de samenwerking van de ogen te trainen. Na enkele maanden oefenen zijn kinderen niet meer wagenziek en durven ze eindelijk wel te schommelen of met gym van de kast te springen.

Concentratie

Het lijkt zo makkelijk. Even luisteren en dan aan het werk. Voor sommige kinderen is het echter een heel groot probleem; concentreren.
Concentreren kun je oefenen met behulp van concentratiespelletjes zoals: ik zie, ik zie wat jij niet ziet, ik ga op reis en neem mee, wat ligt er onder de doek en wat is er weg, en nog veel meer van deze spellen.
Bewegingsonrust en concentratieproblemen kunnen te verklaren zijn vanuit ontwikkelingsperspectief. Wanneer de ogen niet goed focussen en steeds hun best moeten doen om scherp te stellen is het te verklaren dat kinderen veel bewegen met hun hoofd om het beeld zo scherp mogelijk te krijgen. Soms beweegt dan het hele lijf mee en lijkt het alsof het kind niet luistert of meedoet.
Soms heeft het kind nog last van reflexrestanten die maken dat bepaalde reflexmatige bewegingen die voorkwamen in de baby tijd nog steeds aanwezig zijn. De ATNR reflex bijvoorbeeld maakt dat wanneer het hoofd naar de zijkant draait de arm zich strekt. Wanneer deze reflex nog aanwezig is gebeurt het elke keer dat als het kind het hoofd draait, de arm zich strekt en het lijf meebeweegt.
Door middel van een screening kunnen reflexrestanten opgespoord worden en met behulp van een oefenprogramma weggetraind worden. Dit vraagt wel veel motivatie van kind en ouders omdat de oefeningen dagelijks uitgevoerd moeten worden.